Benares
17 november 2015 - Benares, India
Daar gaan we dan. Ik stel dit verhaal al een dag of drie uit, waardoor de stapel belevenissen alleen maar groter wordt. Ik waag weer een poging...
Ik ben in de hoofdstad van dit indrukwekkende continent en na mijn verslag beland ik met mijn gat op een terrasstoel van 'Club India', een restaurant gelegen tegenover het Shelton hotel en Rooftop Kitchen, met de middelste kruising van Pahar Ganj er precies tussenin gelegen, ofwel het mooiste uitzicht op de drukke bazaar. Ik bestel een Egg Curry met butter naan, daar ga ik weer met mijn voedsel. Het klopt, de Indiase keuken is geweldig en ik kan enorm genieten van alle lekkernijen. De sausjes, het overheerlijke brood, de zoetigheden, chai en alle deegcreaties. Ik praat een hele tijd met een man uit Zweden en we wisselen wat ervaring uit. Iets na achten vind ik het welletjes en loop ik terug naar het hotel.
De volgende dag staat mijn eerste treinreis op de planning en hoewel ik het behoorlijk spannend vind, helpen een dag rust en een tweetal meditatiesessies enorm. Na de ochtendsessie twijfel ik nog even, ga ik nog wat doen, ergens heen? De Jama Masjid, een grote moskee vlakbij, heb ik nog niet gezien maar de vorige keer dat ik hier was heb ik vernomen dat de entree voor het gebruik van een camera moet worden betaald, ongeacht of je die bij je hebt of niet. Nee, we doen het rustig aan vandaag. Rond acht uur sta ik beneden, betaal ik voor twee nachten en loop ik met mijn backpack en de gitaar naar het dakterras van het Shelton hotel. Ik blijf hier vandaag chillen met een boek, muziek en mijn mind. Ik herinner mij een spreuk van Ven. Amy 'with a mind that switches thoughts for 56 times in a fingersnap, how can one ever be bored again.' Tevens voel ik de behoefte aan rust, kalmte, klaar maken voor de trip, voor het vervolg. Alsof ik aan een nieuw hoofdstuk begin.
Ik oefen wat af, lees een hoofdstuk en mediteer. Ik bestel tweemaal wat te eten en heb leuk contact met een vrolijke serveerder, die vervolgens een toontje meespeelt. Zijn collega's zijn onder de indruk en willen met de gitaar op de foto. Als ik in de middag van het uitzicht geniet aan de rand van het terras, maak ik contact met een vrouw uit Japan en een Australiër ;). Kingsley speelt ook gitaar en heeft hier een motor, een Royal Enfield welteverstaan en voor ik het weet is het twee uur later. Om 03.30 pm is het tijd om te betalen en te gaan, iets nerveus onderweg naar het treinstation. Om 05.55 vertrekt de trein van New Delhi Railway station naar Benares, Varanasi in toeristenspraak. Ik kijk uit naar de heilige stad en ik ben benieuwd wat me daar weer te wachten staat. De horrorverhalen in de Rough Guide maken het er niet beter op. Ik ben anderhalf uur tevoren aanwezig en ik vraag de beveiliging vanaf welk platform de trein vertrekt, nummer 14004. Counter 58, oke van counter 58 naar counter 60 tussen de massa en maaiende armen van de Indiërs. Platform nummer 15, yes eerste overwinning is binnen. Ik loop die kant op en na een tijdje kom ik erachter dat ik voor de SL (Sleeper class) sta te wachten, ik vond het al druk met al die Indiërs. Een foto gemaakt en ik loop door naar gedeelte B1, wagon B1, bed nummer 36. Daar geniet ik van alles wat er om me heen gebeurt. Eenmaal in de trein blijkt vooralsnog dat ik een wagon verder moet zijn, ik heb plaatsgenomen in BE1, ofwel en extra wagon. Weer door met de spullen, door het nauwe gangpad vol met koffers en reizigers. Ik vind het juiste bed en maak kennis met de Indische familie die er al zit. Later worden we vergezeld door drie studenten uit Amerika en het team is compleet. Zij hebben een beurs gewonnen en studeren nu in Varanasi, een beetje mee gekletst maar verder niks speciaals. Om 08.00 pm wordt het middelste bed uitgeklapt, dat tot noch toe diende als rugleuning voor mijn bed als driezitter, Lekker, ruimte voor mezelf. De kussens worden gebracht, de lakens en een deken. Dat is dan ook de enige luxe van 3AC klasse ten opzichte van een sleeper klasse, maar het prijsverschil is wel 700 roepies, 1200 totaal ongeveer voor een rit van 12 uur. Het voelt veiliger om voor de goedkoopst verkrijgbare luxe te gaan, zo'n eerste treinreis. Rond een uur of elf komen er verkopers langs met een warme maaltijd, 90 roepies voor een hoopje drek, vier plastic chapati's, een beetje rijst en wat dal. Na een pak boterkoekjes had ik dit niet echt nodig. Mijn tassen zitten aan de ketting en na wat zoeken naar een hotel voor in de heilige stad aan de prachtige Ganges probeer ik lekker te slapen. Uiteraard in mijn hiking outfit, zoals ik die vanmorgen aangetrokken heb, met mijn waardevolle spullen diep weggestopt. Ik ben benieuwd.
9 November, om 07.40 am wordt ik wakker, oef we zijn er al bijna, 08.05 is de geplande aankomsttijd! Ik probeer een paar keer met het gasthuis te bellen en na enige tijd word ik via Facebook geïnformeerd dat ze me niet op kunnen halen van het treinstation, na enig twijfelen heb ik dat toch maar even gevraagd. Als we ruim drie uur later dan gepland aankomen neem ik afscheid van de medepassagiers en snel ik ervandoor, ho ik moet de andere kant op voor de uitgang. Over de brug en naar buiten. Bij de roltrappen word ik al aangesproken door verkopers en taxichauffeurs. Door vriendelijk te vragen of hij niet weet wat 'nee' betekent word ik eindelijk met rust gelaten. Dat gaat zo door als ik buiten kom, maar het viel me mee. Blijven lachen en lekker doorlopen. Aan de hand van navigatie kom ik na een uur aan bij het gasthuis. Een uur van nakijken, vriendelijk glimlachen, duidelijk afwijzen en een mislukte poging tot een fietsrikshaw. Fijn om weer ergens te zijn waar het rustig is, een basis. Het is inmiddels 01.00 uur en ik word begroet met 'Ah, you are the one from Holland.' Een hele vriendelijke dame en ondanks de directheid aan de telefoon ben ik blij dat ik toch besloten heb niet voor een ander gasthuis te gaan. Ik bekijk twee kamers en van de 'single room', waar magisch genoeg toch een dubbelbed in staat, weet ik weer 50 roepies per dag vanaf te kletsen. Enfin, 1500 roepies voor 5 nachten, ik ben tevreden. Een warme douche en een squat toilet in de kamer, in de kamer grenzend aan het dakterras, het dakterras met prachtig uitzicht over de Ganges en waar men eten en drinken kan bestellen en in alle rust kan genieten van de capriolen aan de waterrand.
Ik doe het rustig aan, geniet van het uitzicht en ik kom tot rust. Onder genot van French Toast, Tomato Cheese sandwich en een black coffee maak ik met de gids een plannetje voor de komende dagen, wat ik allemaal wil zien in deze omgeving en wat is een handige volgorde. Wederom zonder kosten te verspillen aan transport en voornamelijk de benenwagen te gebruiken om deze prachtige stad te ontdekken. De tijd gaat snel en ik ga erop uit in de namiddag, kijken of ik mijn weg kan vinden in de smalle steegjes. Ik ga op weg naar restaurant Vaatika, gelegen in de Assi ghat, een van de laatste grote ghats. Ik heb gelezen dat er een terras is met mooi uitzicht over de stenentrappen en het avondritueel, de puja of aarti. Helaas loop ik een paar keer verkeerd en eindig in een paar benauwende steegjes, waar de kids maar al te graag nog een bommetje afsteken, het is bijna Diwali. Ik verneem van een urinerende Indiër 'Vaatika not here', dus ik loop weer terug. Bedankt voor de informatie. Na wat zoeken kom ik dan eindelijk bij de gezochte ghat uit, het lijkt zo logisch als ik er eenmaal ben. De toeristen verzamelen zich, de eindeloze Ganges laat zich weer mooi bekijken en de lokale bevolking is in de weer met de verkoop. Ook hier vindt erg veel geïmproviseerde verkoop plaats, in de vorm van winkeltjes, prachtige geklede Saddhu's (heilige mannen) die maar al te graag met je op de foto gaan, en dierentemmers. Ik vind het eerder dierenbeulen, een slang in een mandje en een aap aan een touwtje. Bah. Ik vind een plekje aan de zijkant en aanschouw het geheel. Prachtig om te zien, overal vormen zich groepjes mensen, ieder met zijn eigen uitrusting en uitstraling. Van de Indische toeristen, arm om arm, tot de fotograferende blanken en de volgepakte, sullig rondkijkende Chinezen. Vanaf een verhoging aan de zijlijn aanschouw ik de start van het avondritueel, elke dag wordt er geopend en afgesloten door dit ritueel uit te voeren. Ik zie drie verhogingen met gelijk geklede mannen op een matje, voor hen verschillende objecten uitgestald, waaronder bloemen, heilig water, wierook stokjes en kandelaars. Dichter bij mij staat nog een verhoging, apart van de rest. Ik zie drie grote kandelaars in kerstboomvorm en drie kandelaars uitmondend in een kom, waaruit later het vuur brandt als een fakkel. Als de introductie afgerond is worden deze kandelaars aangestoken en komen ze na elkaar ten tonele. Door met verschillende mensen te spreken kom ik er langzaam achter waarvoor het ritueel dient en ik probeer het te begrijpen, al voel ik de nut niet echt. Ze danken als het ware de goden en bidden voor een lang leven en geluk. Ze aanbidden door elk element te verwerken in de puja, wierook staat voor het windelement, er wordt heilig water en vuur gebruikt en bloemen representeren het aardelement. Met de incents en de kandelaars worden sierlijke bewegingen gemaakt en houdingen aangenomen, na een serie draaien de jongemannen een kwartslag en volgt eenzelfde serie. In de vrije hand houden ze een bel vast ter hoogte van de borstkast die ze constant luiden. Het is mooi om te zien, de brandende fakkels in het donker, al zwaaiend en wakkerend. Ondertussen staat er een donker getinte man met zwarte rasta haren en een oranje doek om zijn middel aan een bel te trekken, een hels kabaal zo lang als het ritueel duurt. De man doet niet anders dan stil staan en deze bel luiden in een iets ander ritme dan de overige bellen. Van begin tot eind. Ik neem een paar foto's en vlak voordat het afgelopen is neem ik plaats in Café Vaatika, met een terras dat inderdaad prachtig uitzicht biedt over de Ghat en alles wat er gaande is. Na de pizza vind ik het mooi geweest, ik ga richting bed en na een wandeling van 1.7 kilometer langs de rivier duik ik erin.
De volgende morgen, 10 november ga ik op tijd uit bed. Richting de primaire hoogtepunten van Benares, startend met de tempels en waarschijnlijk eindigend langs de ghats. We zullen zien, ik maak me in elk geval weer op voor een lange wandeling. Ik loop richting de grote weg en vervolg oostwaarts, Gelukkig geen last van claustrofobie in de nauwe, vieze en prachtige steegjes van de heilige stad. Hier wandelen is al een hele ervaring an sich. Een die weer ogen doet openen. Ik loop erg veel en elke ghat zie ik, ervaar ik in de komende dagen. Om jullie een indruk te geven, met nauwe straatjes bedoel ik steegjes van één tot vijf meter breed, sommige delen propvol met winkels of een belangrijke tempel (Vishwanatha tempel bijvoorbeeld) en dus propvol met de bijbehorende mensenmassa. Diwali is aankomend, dus de beveiliging is streng. Op elke hoek zit een aantal man met flinke geweren, toch wordt er vriendelijk gegroet en met verwondering nagekeken. Ik kom erachter dat de Vishwanatha tempel druk bezocht wordt en er staat een rij, als ik deze volg kom ik uit bij een van de grote straten en zelfs daar is loopt de rij een heel eind door, afgescheiden met houten palen van de rest van het verkeer. Damn, dit is dus die rij die ik gisteren met backpack heb gepasseerd, een kilometer of drie lang. Ik laat de tempels in deze drukte maar voor wat ze zijn. Weer andere delen van de straatjes zijn begaanbaar met de twee- en vierwielers, van hordes scooters en motoren tot de volgepakte bakfietsen, het is te gek voor woorden. Het duurt even maar ik sta versteld dat het allemaal maar kan en past, ondanks het gekwebbel, de uiterste inefficiëntie en de onoplettendheid en nonchalante houding van de Indiërs. De bakfiets volgepakt met veel te grote pakketten over een stuk waar rijen mensen langs willen en onder constant getoeter. Ondertussen zie ik ze allemaal met de blote voeten over het vuilnis en door de uitgeveegde koeienstront banjeren, even een stap terug en met de rug tegen de muur als er in eens een buffalo aan komt stormen. Tjonge, jonge, wat een ervaring. Maar ik houd ervan, van de kleine steegjes die zich als een doolhof uitstrekken als voorloper en tegenhanger van de open, rustgevende ghats aan de Ganges.
Ik ga oostwaarts, althans dat hoop ik. Ik kom langs een klein parkje, Ananad Bagh, waar een tempel in het midden staat. Een ronde eromheen en ik passeer het hekwerk weer. Ik heb direct zicht op de felrood gekleurde Durga tempel, ook wel bekend als de apentempel, logischerwijs vanwege de (irritante) apen. Ik maak een foto door het hekwerk tegenover de uitgang van het parkje, een vierkante poel ligt aan de noordzijde van de tempel. Ik loop verder oostwaarts, sla rechtsaf en geef mijn schoenen in bewaring bij een van de ingangen, aan de oostkant. Binnen mag ik geen foto's maken, dat werkt ook wel relaxed en ik vind het een mooi moment om aan de zijkant tegen de muur plaats te nemen, achter de rij portieken die dit wandelgedeelte scheidt van het lager gelegen binnenplein met de eigenlijke tempel. Ik zit tussen twee mannen die een ritueel uitvoeren met kaarsjes, wierook en aldoor uit het gebedsboekje lezen. Uiteraard authentiek gekleed met de nodige gezichtsbeharing. Dit soort rituelen vinden overal plaats rondom de tempel. De binnenplaats is niet zo ruim wat maakt dat ik mooi zicht heb op het gooien van bloemen en het lellen aan de vele bellen, overal hangen grote en kleine bellen die zorgen voor een enorm lawaai. Ondanks de drukte om mij heen voel ik mij op mijn gemak en ik zit een ruim halfuur, genietend van hetgeen binnen de periferie van de Durga mandir plaatsvindt. Daarna loop ik er een ronde omheen en weer bij de uitgang betaal ik de schoenenbewaarder 20 roepies. Dank man! Vervolgens loop ik verder, tussen een paar geïmproviseerde winkeltjes door, zeg nee tegen de vele verkopers en negeer een paar bedelende kinderen die brutaal aan mijn shirt beginnen te trekken. Na lang aanhouden ben ik wat verderop gaan staan voor een kijkje op de kaart, volgende bestemming is de Tulsi Manas tempel, kortbij gelegen aan de linkerkant als ik de weg volg waar ik vandaan ben gekomen, de weg tussen de Durga mandir en het parkje. Een fraai gebouw met binnen weer de nodige pilaren en een tweede verdieping waar ik 10 roepies betaal om een stuk achterbouw te bezichtigen met een paar bewegende poppen en kleurrijke scenes. Ik weet niet precies wat het voorstelt, maar het is geinig om te zien.
Dan vervolg ik mijn weg, op naar de Benares Hindu University (BHU), een goed aangeschreven universiteit met een grote campus en verschillende faculteiten. Het is een stuk lopen en ondertussen bel ik met Raveesh. Ik heb contact gezocht met een paar potentiële hosts in Varanasi en hij heeft me laten weten een boottocht te kunnen regelen voor een fatsoenlijke prijs. Dat lijkt me leuk, ik keek alweer een beetje op tegen het onderhandelen en wellicht teveel betalen en ik mis het contact met aardige locals. Ik bel hem en we spreken af voor de volgende morgen, zonsopgang. Niet veel later loop ik op de grote weg met een standbeeld in het midden van iets wat zou kunnen fungeren als rotonde. Ik passeer de grote poort die majestueus de universiteit inleidt en de brede weg loopt hier eindeloos door. Onmiddellijk zie ik herkenbare taferelen voor mij, veel fietsers, veel leeftijdsgenoten en een hoop tassen en studiemateriaal. Ik krijg de indruk dat het haast niet anders is dan de scenes op de campus van de Universiteit Twente en het herkenbare voelt vertrouwd. De campus is opgebouwd met een aantal circulaire wegen, halfrond en parallel, als de kringen van een steen die in het water valt, uitbreidend vanaf een grote centrale rechte weg. Ik loop naar de start van circulatory Road nummer drie, waaraan de 'Bharat Kala Bawan' gelegen is, een van de twee aantrekkingskrachten in dit gedeelte van de stad. Onderweg kom ik het bord tegen met de naam van de universiteit op een prachtig plakaat dat verticaal uit een perkje herrijst. Iets verder zie ik een park en een paar studerende, discussiërende en relaxende studenten, laat ik mij erbij voegen en voor 12 roepies kijk ik rond vanaf een bankje met een studenten cappuccino. Bij gebrek aan wisselgeld krijg ik een reep chocola en de ambiance voelt vertrouwd. Op hetzelfde bankje stel ik weer 24 minuten in met de zandloper en ik sluit mijn ogen voor het grootste deel. Met rust en kalmte vervolg ik daarna mijn weg en al snel zie ik de aankondiging voor het museum met een archeologische tentoonstelling. Er is een aantal sculpturen, textiel en schilderijen te bezichtigen. Wederom mag ik geen foto's maken binnen dus bekijk alles tot in detail met het blote oog. Herkenbaar genoeg word ik loom van het vele sjokken in een duffe, stoffige omgeving en ik ben blij als ik de vele galerijen gehad heb. Een van de laatste gaat over de Zwitserse kunstenares Alice Boner en ik ontdek een paar prachtige werken. Ze heeft onder andere een paar werken gewijd aan de Elloragrotten in Aurangabad, een staaltje kunst op mijn to-do lijstje. Voordat zij begon aan haar schilderijen heeft ze ruim drie maanden doorgebracht in de grotten om de vormen en geometrie door te laten dringen, om een te worden met de omgeving en de diepe betekenis ervan te kunnen vatten. Ik lees het vaker en herken er wel iets in. Ik sjok wat rond en zie heel veel, maar ik vraag mij af of ik daadwerkelijk besef wat een pracht en praal ik aan het bekijken ben, hoe gigantisch veel mensen gewerkt hebben aan bepaalde bouwwerken. Ik denk het niet.
De camera en mijn telefoon haal ik uit de kluis en ik wens de beveiligers nog een fijne dag, op naar de volgende bestemming, hier redelijk ver van het gasthuis en de ghats. De New Vishwanatha tempel. Huh, New? Toen de 'onaanraakbaren', ofwel de Indische outcasts, de eigenlijke Vishwanatha tempel bestormden, welke gelegen is in een van de steegjes zoals beschreven, zou volgens sommigen deze tempel onrein zijn geraakt door het binnentreden. Een rijke familie heeft vervolgens hier op de campus opdracht gegeven voor de bouw van een nieuwe tempel met eenzelfde doel. Van de studenten scene verandert de ervaring weer in een toeristenplaatje, een pleintje met winkeltjes en geïmproviseerde cafés, veel ijskarretjes vernoemd naar de kwaliteitsfabrikant 'Gay Lord' en een horde tuktuk chauffeurs. Gordels om, daar ga ik weer. In de massa, het pleintje doorkruisen, onder de eerste stenen boog en door naar het hekwerk. Ik zie de gigantische tempel voor mij liggen, wat een plaatje. Tuinen eromheen met beeldhouwwerken en netjes bijgehouden groen dat niets afdoet aan de glorie. Er wordt nog een kiekje genomen in de deuropening van het hekwerk en daarna gaan de schoenen weer uit en de fotocamera in de broekzak. Er zijn wat schoolreisjes richting de tempel en voor ik het weet ben ik omringd door meerdere scholieren die allemaal het bekende vragenlijstje afgaan. Als het ene groepje klaar is, volgt het volgende. Gelukkig wil de leraar verder en worden ze naar de uitgang gefloten. Leuk hoor al die belangstelling maar dag in dag uit hetzelfde riedeltje is soms ook erg vermoeiend. Aan de andere kant word ik hier wel constant aangesproken met 'Sir' en klagen we dat we thuis onbeschoft kunnen zijn naar elkaar toe, daar ga ik weer met mijn innerlijke dilemma's. De balans is lastig, maar ik hou van mijn privacy en de stilte.
Na de tempel begin ik aan de wandeling terug. Ik kom nog een tempel tegen en geniet van het lokale straatbeeld, goh wat genieten zeg! Ik merk dat ik mij weer op mijn gemak voel en de reislust is compleet teruggekeerd. Wat een omslag na een beste dip in Rishikesh. Ik had totaal geen connectie met de mensen daar, alhoewel de plaats op zichzelf prachtig is. Het begint inmiddels te schemeren en na een lange wandeling baan ik mij een weg richting de ghats. Tripadvisor wordt gecheckt en na een paar keer vragen en wat omlopen vind ik het restaurant 'El Camarom de la India', helemaal in het oosten van de ghats met een mooi uitzicht over de rivier. Gelegen midden tussen de laatste grote ghat, assi ghat, en de pondon brug, welke elk seizoen wordt opgebouwd en afgebroken vanwege de moesson. Het restaurant heeft een dakterras met prachtig uitzicht en voor mij zie ik de zandvlakte die ik net lopend heb gepasseerd en daarachter de eindeloze rivier. Ik groet de twee dames die ik zie zitten en neem plaats. Bestel een lekkere lunch, het is 04.50 in de namiddag ondertussen en ik heb naar schatting een kleine 15 kilometer gelopen. Het wordt een langere zit dan verwacht en als het echt donker is bestel ik nog een cappuccino en wordt er een kaarsje gebracht. Top service!
Na deze verwennerij loop ik terug naar Vishnu Rest House, weer langs de rivier, wat een plaatje. Ondanks de vele verkopers met een bootje geniet ik er toch van. Eenmaal terug neem ik wat tijd om te relaxen, pas mijn reisplannetje aan voor de komende dagen en ik loop naar het 'Kerala Cafe', bekend om de Zuid-Indiase specialiteit dosa's, idly's en nog een paar vreemd genoemde gerechten meer. Ik neem een Dosa gevuld met mashed potatoe en wat groenten. Het wordt geserveerd met twee sausjes en de combinatie is verrukkelijk. Wederom geniet ik van het eten met de blote handen en naderhand neem ik als dessert een Idly, platgedrukte rijst in de vorm van kleine UFO, geserveerd met dezelfde sausjes. Ik betaal en ik loop richting Assi ghat over de grote weg. Het is nog vroeg en mensen kijken is leerzaam en leuk, helemaal hier aan het water. Ik heb mijn gitaar bij mij en als ik weer in hetzelfde restaurant zit als gister speel ik wat en neem een uurtje de tijd met een kop thee en een flink stuk appelgebak, hoe is het mogelijk hier in Benares. Dankbaar ben ik. Als ik bijna wil betalen raak ik aan de klets met een andere reiziger die mij bedankt voor de achtergrond muziek. Vlakbij de uitgang van het restaurant aanschouw ik een paar jochies van een jaar of 12, zwaaiend met twee brandende slingers. Het is echt een heel bijzonder land. Verbazingwekkend. Door de straten dit keer, hopelijk kan ik de weg vinden in de nauwe straatjes, maar dat gaat al verrassend goed. Welterusten.
11 November, Diwali vandaag. In heel India is dit een groot feest met vuurwerk, kaarsjes en veel zoetigheden. Ik vergelijk het met kerstmis. Elke stad heeft een andere traditie en een ander verhaal, in Benares geloven ze dat Krishna verscheen en een demon of duivel heeft verslagen, als ik het goed begrepen heb. Ze aanbidden zoveel goden en ontelbare reïncarnaties dat ik door de bomen het bos niet meer zie soms. Veel gebeurd ook geblinddoekt zo gezegd, een gewoonte zonder fundament. Ik sta vroeg op (05.00 am), de ontmoeting met Raveesh en het boottochtje staan gepland, ik kijk ernaar uit. Gisteravond ben ik zo slim geweest om met het laatste kleingeld (165 roepies) een pot shampoo te kopen en hoewel ik 7 roepies te kort kom, mocht ik de pot meenemen. Wel het geld nog even nabrengen alstublieft. Ik schat in dat de roeier met een bootje niet terug heeft van een 500 biljet en in een poging kleingeld op zak te hebben bestel ik in alle vroegte een chai in de straat voor de main ghat (de Dashashwamedh ghat). De man behandeld mij als zijn internationale gast en als ik de chai op heb maak ik een foto en laat hij mij weten dat Indiërs normaal 20 roepies betalen om geld te wisselen, maar ik ben zijn gast. Een dikke knipoog doet het goed en na een firme handdruk ga ik op zoek naar Raveesh.
Na een kleine tien minuten wachten bel ik hem en ga ik op zoek naar de gegeven beschrijving, ‘I carry big photocamera en blue shirt’, dat is niet te missen en iets dichterbij het water zie ik hem staan. We geven elkaar een hand, lopen wat langs de ghats, weg van de drukte en als zijn vriend nog in bed blijkt te liggen nemen we een ander bootje, voor 150 roepies. Een redelijke prijs, in mijn gids staat 100 vermeld maar de prijs wordt in tweeën gedeeld. Bleek mijn gevoel toch goed vanmorgen, een biljet van 1000 die Raveesh overhandigd wordt niet geaccepteerd en ik betaal naderhand. We spreken over onze achtergrond en bezigheid, hij is grafisch ontwerper en heeft in een aantal jaren zijn eigen bedrijf en studio opgebouwd. Hij is goed in tekenen en later is fotografie erbij gekomen, ondanks dat Benares een grote stad is moet hij het hebben van de kleine bedrijfjes en verteld hij dat men moeite moet doen om een fatsoenlijk inkomen te verdienen. Hij heeft er hard voor gewerkt en is erg creatief, in India zijn heel veel mogelijkheden om aan het werk te gaan, veel mensen zijn echter te lui en duiken liever op de toeristen dan echt te moeten werken. Ik mag hem wel. Ik vertel wat over mijn achtergrond en hij maakt een paar foto’s vanaf de boot, weer zo’n momentje dat de selfies uit kunnen blijven. Erg prettig. Als we anderhalf uur op het water zijn geweest betaal ik de man en na enige discussie blijft het voor hem bij de afgesproken prijs, een uur hadden we gezegd. Weer richting de Dashashwamedh Road en bij een standje nemen we plaats en besteld Raveesh gebakken boter broodjes en een chai voor ons, kan hij tevens zijn biljet wisselen en ik krijg het verschil terug. Het is 08.15 uur, we nemen afscheid en hij belooft mij te bellen voor een vervolg afspraak. De laatste dag van mijn verblijf hier stuur ik hem een berichtje en helaas was hij te druk met Diwali en de familie aangelegenheden, de foto’s belooft hij te mailen.
Ik loop terug naar het gasthuis, via de ghats en begin met een wandeling, eerst door de straten en later weer langs de rivier, deze keer de andere kant op. Ik begin in de steegjes bij ‘Bana Lassi’, de nummer één op Tripadvisor en ik bestel de specialiteit, French Toast met een lassi, twee eieren op toast en een koffie. Handig die combinatie-ontbijtjes overal. De French toast is ongeëvenaard, subliem. In plaats van twee stukken toast verwerkt in een eitje is deze toast gedrenkt in een mix van melk en eieren, bestrooid met suiker en vervolgens gebakken in de pan. Pfieuw. Na weer wat geslenterd te hebben door de straten en een lassi bij de Blue Lassi shop, begin ik mijn tocht langs de ghats. Ik wil vandaag richting het noordelijkste punt van de stenen trappen. Zoals ik heb gelezen bevat elke ghat een paleis uit een andere stad of een andere regio en elke ghat herbergt iets bijzonders, prachtige torens, een Nepalese tempel, een moskee enzovoort. Dergelijke bouwwerken bezoek ik en ik struin wat af. Als ik bij de Alamgir moskee ben neem ik plaats in een portiekje naast wat treden, iets hogerop gelegen ten opzichte van het water. Ik stel de klok in en de 24 minuten lopen weer. Ondanks dat ik op zoek ga naar de innerlijke rust zie ik vele mensen buigend de trap oplopen, van rechtsonder mij naar linksboven, of juist de andere kant op voor een kleine hindoetempel die ik ben gepasseerd. Weer een van de vele mooie contrasten. Ik vorm wederom een attractie maar houd mij kalm en wordt halverwege gestoord door een koe die het leuk vindt om zijn neus bijna in mijn schoot te parkeren. Zoals gezegd, wanneer je hulp nodig hebt staan de inwoners voor je klaar en het lompe beest wordt snel weggejaagd.
Als ik mijn weg vervolg kom ik langs de Nepalese tempel, een prachtig donkerrood tempeltje met een puntvormig plat dak, te bewonderen vanaf de stenen trappen een eind lager. Ik loop voor de ingang van het tempeltje langs en waardeer het uitzicht. Vervolgens neem ik de trap naar beneden en loop terug langs het water, Ik bedank de jongen van een jaar of tien die mij uiterst toegewijd een ticket heeft geschreven en erop toeziet dat de entree betaald wordt, een luttele 20 roepies. Niet veel later kom ik langs de burning ghat, ik was al benieuwd naar de taferelen daar en tot noch toe heb ik deze ghat niet gepasseerd. Er is een grote en een kleine burning ghat en ik spendeer ongeveer twee uur bij de grotere, de Panchganga ghat. Ik wist niet zo goed waar ik deze taferelen kon aanschouwen en onverwachta verschijnen de brandstapels ten tonele. Ik wil naar beneden lopen, via de weg waar de overledene richting de Ganges en zijn of haar laatste bestemming gedragen wordt, maar een man verteld me dat deze plek alleen voor overledenen is. Hij begeleidt mij naar boven, de weg aan de rechterkant schuin omhoog waar we vanaf een soort stenen balustrade kunnen toekijken. Alhoewel al deze vriendelijke mensen heel duidelijk maken dat ze geen gids zijn en ons enkel willen informeren houdt ik in mijn achterhoofd dat ze wel degelijk op jacht zijn naar jouw geld, veelal na een verhaal over de hoge kosten van het hout. Deze man wijs ik vriendelijk de deur, bij wijze van spreken, nummer twee maakt van tevoren duidelijk dat ik zelf mag weten hoeveel ik doneer en als voorbeeld noemt hij 2000 roepies (ruim 30.00 euro), ben je helemaal van de pot gerukt. Ik laat mij geen gratis verhaal door de neus boren en volg hem naar beneden, recht onder de balustrade waar ik net stond, daar brandt een vuur dat volgens de 'gids' al 3500 jaar brandt. Elke crematie start met een vlam uit deze vlam zodat chemicaliën niet nodig zijn. Dan gaan de handjes omhoog, dat was het dan. Ik haal 10 roepies uit mijn zak en besluit met 'take it or leave it' als hij me afkeurend aankijkt, 'what I buy with ten roopie?'.
Ik loop weer naar het plekje boven waar ik de rituelen mooi van afstand kan aanschouwen. Heel, heel indrukwekkend. Het heeft grote impact op me, helemaal na een cursus over Death and Rebirth. Ik probeer te bevatten wat er voor mij gaande is. Zoals beschreven, de overledene wordt op een versierde bamboe brancard gedragen naar de Ganges. Eenmaal hier, worden ze in de heilige rivier gedompeld en gaat de versiering er vervolgens af. Het geïmproviseerde bed wordt uit elkaar gehaald en de versiering gaat in de rivier, de bamboestokken op een aparte stapel. Soms wordt de overleden uit de doeken gewikkeld en soms belandden ze op de boomstammen. Een laag boomstammen, de overledene, gewassen en wel, weer een laag boomstammen. En dan gaat de fik erin. Wat ik zo prachtig vind is de saamhorigheid waarmee dit allemaal gebeurd. Elk familielid is druk om een laatste eer te bewijzen, veel grepraat en gewijs over hoe het beter kan en wat er moet gebeuren, een enkeling, opa bijvoorbeeld, staat er laveloos bij, vol tranen. Ik voel een zeer sterke harmonie en een uiterste precisie waarmee dit gebeurd en dan gaat de vlam erin. Er schiet in gedachten dat wij daar wat kunnen leren als geldwolven van het Westen, ruziënd over Oma's klok. Zwart wit natuurlijk maar deze materialistische verduisteringen zijn hier minder belangrijk, het gaat om de connectie met elkaar...
...het vuur brandt inmiddels enige tijd. Er is me verteld dat de vuren aan de rechterkant is bedoeld voor mensen van de lagere klassen en de linkerzijde voor de hogere klassen. Men gelooft dat sterven aan de Ganges verlost uit het lijden van Samara, de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Het lijden dus. Na verlossing uit Samsara blijft men wel bestaan, maar is men niet meer onder invloed van schadende gedachten, 'enlightenment' is bereikt zoals de boeddhisten zeggen, het individu is volledig vrij. Velen komen naar Benares enkel om te sterven. Overleden baby's en zieken worden aan een baksteen in de rivier gedonderd, waarna de touwen worden aangevreten door de vissen en enkele lichamen boven komen drijven. Door ziekte en karma van een onverwacht overledene is het lichaam al gezuiverd, dus verbranding aan de ghats is dan niet meer nodig. Dit is me allemaal verteld en ik overdenk. Overdenk en vraag mij af wat de zin van het leven is, hier wordt ik met twee benen op de grond gezet en ik voel mij heel kort even vrij, echt vrij. Los van alles wat er in mijn gedachten op komt en al het materialistische. Ik voel een connectie met de wereld, een connectie tussen body en mind...
...ondertussen lopen er 'outcasts' rond de vuren, deze buitenstaanders van de samenleving gebruiken dezelfde bamboestokken om ervoor te zorgen dat alle ledematen netjes verbranden. Ik zie voor mij een paar voeten waar lichaamsvloeistoffen uit lopen en het vetweefsel wordt zichtbaar, ze worden handig in het midden van het vuurtje geduwd als de romp flink is verzwakt. Dit versterkt de filosofische gedachtestroom die nu al enige tijd aanhoudt. Het is vreselijk informeel en bijna oneervol naar onze maatstaven. Aan de andere kant doen wij niet veel anders thuis, buiten de ceremonie en een kist om. Bovendien komen veel mensen naar Benares juist om hier gecremeerd te worden. Ik weet niet zo goed meer wat ik er van moet denken en ik staar geruime tijd voor me uit, de gedachten passerend als wolken in de lucht en even echt in het moment. Denkend aan thuis, alle liefdevolle mensen om mij heen en wederom de zin van het leven. Hoe kan ik mezelf gelukkig prijzen in India te zijn, hoe kan ik mij goed voelen door zulke marginale gevoelens, terwijl de dieren en de mensen op straat liggen te creperen. Terwijl de dieren worden mishandeld en de mensen hier leven in de stront. Terwijl een groot deel van de bevolking een dag leeft op 200 roepies of nog minder en ik datzelfde geld uitgeef aan een ontbijtje. Ik schaam mij als westerling en wil er tegelijk ten volle van genieten, juist omdat ik deze kans wel heb. Relativeren komt later wel, voor nu voel ik mij verbonden met de mensen die het moeilijk hebben, waar dan ook. Echt moeilijk bedoel ik dan. Slapend in de stenen portieken of op een staalharde fietsrikshaw, de hele dag bedelend of een heel leven kruipend over straat, een weg banend in de mensenmassa waar ik al moeite mee heb. Wij begrijpen geen kloot van wat echt leven is. Dit moment wil ik vasthouden, in de herinnering en het hart, als een gids voor de toekomst. Dat ik aan dit moment terug mag denken een volgende keer als ik me met volle overgave wil storten op een nieuwe iPhone, bijvoorbeeld.
Het wordt alweer donker en de tijd gaat snel. Als ik 'wandelingetje' typ ben ik meestal een kilometer of vijf verder en ik krijg honger. Ik loop via de straat, passeer gigantische stapels met houtblokken en beland in de wirwar van steegjes. In het donker en vanaf een andere kant is het ineens onherkenbaar en ik verdwaal nogal. Ik ben op jacht naar Ganga Fuji, waar ze elke avond live Indiase klassieke muziek spelen. Eenmaal daar blijkt het restaurant gesloten in verband met Diwali en ik vervolg mijn we richting Kaishal. Daar blijkt iemand te spelen op een zelf gemaakte Didgeridoo, is me verteld. Als ik boven ben krijg ik wat zoetigheden aangeboden en zie ik een donker, ongezellig dakterras met een handjevol mensen. De muziek klinkt erg gaaf maar herken de hippies van Rishikesh. Not in the mood, wegwezen hier. Ik kom uit bij de Panchganga ghat, terug bij af. Na de energievretende taferelen hier, twee mislukte diner pogingen en regelmatig verdwalen, ben ik er helemaal klaar mee. Ik storm ervandoor, doelbewust langs de ghats en passeer het gasthuis waar ik verblijf. Iedereen die mijn pad kruist kan zich beter koest houden, ik herken wat er gaande is maar het is genoeg geweest voor vandaag. Ik belandt uiteindelijk op het dakterras van Lotus Lounge, waar ik vanaf het balkon zicht heb op de trappen en de rivier. Ik neem plaats op de kussens en ben blij dat ik zit. Ik bestel een soort lasagne met aubergine, deeg, kaas en bruin brood aan de zijlijn. Ik bel met een vriend en ik voel mij alweer beter. Een appel kaneel pannenkoek vind ik passend als afsluiter. Tjonge, wat een dag...
12 November ben ik onrustig in de morgen, wat wil ik doen vandaag, wat heb ik nog niet gezien? Het duurt even, tweemaal 24 minuten, maar dan kan ik kalm plaats nemen op het dakterras. Laat ik kijken wat de dag me brengt en waarschijnlijk ga ik er dan vanmiddag wel op uit. Ik lees en oefen verder. Rond een uur of één besluit ik naar het Fort te wandelen, Fort Ramnagar, gelegen aan de overkant van de rivier op behoorlijke afstand. Ik heb gelezen dat er een loopbrug is maar dat deze in verband met de moesson wordt afgebroken en weer opgebouwd. Misschien nog een boottochtje dus. Als ik van plan ben om mijn spullen te pakken ontmoet ik Jenny in het gasthuis, een vrouw van 65 met een flinke kwebbel. Wonderbaarlijk genoeg stoort het mij niet en ze loopt een deel langs de ghats met me mee. We komen langs de kleine burning ghat en zetten onze gesprekken voort. We wisselen vanaf de eerste ontmoeting veel uit over het leven, geloof, liefde, familie en zo door. Om 02.30 pm nemen we afscheid voor nu en spreken we af om dezelfde avond samen ergens een hapje te eten. Ik vervolg mijn weg, tot de Assi ghat en verder. Verder langs onbekende ghats, door het zand en het gras, tussen de boerderijtjes door en een paar steegjes, weer terug naar de waterrand. Overal zie ik jeugd vliegeren en lol hebben samen. Als ik dichtbij de bootjes ben probeert iemand me mee te nemen naar de overkant voor 300 roepies, denk het ook wel. Ik loop door naar het volle bootje en na onderhandelen kan ik instappen voor 50 roepies. Tussen neus en lippen door krijg ik mee dat het maar 10 roepies kost, dat regelen we straks wel even. Ik voel mij niet op mijn gemak, bekeken door wat jeugd die in Hindi spreken en lachen met elkaar. Alhoewel het niet over mij gaat ben ik nog steeds een beetje on edge. Na 20 minuten stap ik uit de boot, wel aan het vaste land natuurlijk. De roeier wil een uur op mij wachten en terug brengen en ik maak hem duidelijk dat ik daar in totaal 50 roepies voor betaal. Heen, terug en wachttijd. Ik loop naar de achterkant van het fort dat prachtig herrijst aan de waterrand met imposante trappen, muren en wat torentjes. Ik zie de toeristen boven me lopen en foto's maken. De roeier komt aangesneld en wijst me de weg om het kasteel naar de ingang, kalm aan. Hij loopt met me mee en ik loop door de grote poort. Ik koop een kaartje en klaag over de prijs, dat werkt in musea dus niet. Oude bezittingen van vroegere Maharadja's, wapens, textiel en een tempel is hier te bezichtigen. De collectie begint met een paar prachtige auto's, een Cadillac, een Pontiak. 'Build in the U.S.A'. Helaas is het allemaal erg stoffig en oud, maar wel mooi om te zien. Het fort is nog steeds in gebruik door de huidige Maharadja van Benares en de grote binnenplaats wordt omgetoverd met een podium en veel verlichting. Ik denk voor de dagen na Diwali, wellicht een andere feestelijke aangelegenheid. Aan het water drink ik een chai met de roeiman bij een van de houten shops en hij roeit terug, vergezeld door iemand anders. We onderhandelen over de prijs terug naar de Assi ghat over het water, dat zou mij heel veel tijd schelen. Helaas, te duur. Naar de overkant dan maar en zoals verwacht heeft hij mij niet begrepen of hij doet alsof. Ik maak hem nog maar een keer duidelijk dat ik niet meer ga betalen, hij krijgt al het dubbele. Het gaat niet om die 80 eurocent, de manier waarop. Hij leek zo vriendelijk maar zoals met velen in dit land verdwijnt de vriendelijk snel als het om geld gaat. Ik word vervolgens bij de half afgemaakte loopbrug afgezet, waar we op de grote bakens klimmen en ik over de loopbrug verder ga. Daar gaan we weer, blijf je hier met je boot en wat is hier de bedoeling van. Ik voel het aankomen, zodra hij zijn geld heeft wil hij weer instappen en ervandoor gaan. Ik zeg dat hij niet eerlijk is en er een potje van maakt. Dit is niet hoe je met elkaar om gaat. Als hij me het geld oprecht terug wil geven denk ik er nog even over om het om te wisselen voor twee briefjes van tien die ik nog in mijn zak heb zitten maar ik laat het zo. Ze hebben het meer nodig dan ik en daarmee is de kous af. Ik loop het hele eind terug en ik ben in het gasthuis als het donker is. Ik wist tevoren dat het zicht op Fort Ramnagar prachtig is en tijdens de schemering heb ik genoten vanaf het water, perfecte timing!
...'Ah, there you are. Must have been quite a walk for you huh?.' Jenny is alweer druk in gesprek met twee Belgen en niet veel later vertrekken we, op weg naar de Dashashwamdeh Road via de ghats, eindigend in Ayyar's Café met heerlijke Dosa's en filterkoffie. We bestellen een Dosa en ik neem Paneer Pakkoda als extra. Ik neem een foto en samen bekijken we de foto's die ik vandaag heb gemaakt. Ze zijn erg mooi geworden. Na de maaltijd besluiten we tot een avondwandeling, weliswaar met een stuk appelgebak als doel maar toch. Bij Vaatika Café blijkt de koffiemachine nog steeds kapot en de appelgebak is op. Ik heb het de voorgaande avonden ook nog niet zo druk gezien hier. Weer een mooie reminder, 'No expectations.., no expectations.' We zwerven over straat en kunnen niet echt een leuke plek vinden als alternatief. Een paar Indische zoetigheden volstaan en we lopen terug. Bedankt voor de gezellige avond:)
De volgende morgen, 13 November, gaat om 05.00 am de wekker. Douchen en aankleden, iets langer blijven liggen dan gewild, helaas geen tijd meer voor meditatie. We zien later vandaag wel wat de mogelijkheden zijn. Om 06.00 uur zie ik Jenny buiten en we lopen naar het treinstation. Ik heb Sarnath al in het achterhoofd gehouden sinds ik in Benares ben, het is een pelgrimsoord waar de Boeddha zijn eerste lezing gaf aan een paar studenten, vijf weken nadat hij de staat van enlightenment heeft bereikt onder de Bodhiboom. Jenny is niet zozeer van boeddhisme maar heeft de plaats gister genoemd en overweegt ook deze te bezoeken. Laten we de krachten bundelen en de kosten delen. Bij het treinstation, zeker een uur verder, lopen we door tot het busstation. Er staat in de gids vermeld dat er blauwe bussen naar het acht kilometer verderop gelegen plaatsje rijden, dus ik houd de eerste beste blauwe bus aan met het karakteristieke handje wapperen. Helaas gaat deze naar een andere bestemming. Bij het busstation blijkt dat er geen bussen rijden, ik heb ook al gelezen dat het vinden van een bus naar Sarnath lastig kan zijn. Dan maar over op de rikshaws en na enige onderhandelen hebben we de gewenste prijs van 100 roepies. Om 08.00 am komen we aan en lopen we naar restaurant Vaishali, een kleine 100 meter terug van de ingang waar we afgezet zijn, ideaal. We zijn blij dat we hier zo op tijd zijn en tijdens het ontbijt kunnen we in alle kalmte uitzoeken wat er allemaal te zien is met bijbehorende historie. De serveerder begrijpt duidelijk niet helemaal wat de bedoeling is en Jenny denkt dat ik enkel ei bestel dus heeft ze hetzelfde. Zitten we dan met acht sandwiches geitenkaas, ofwel droog brood, acht plakken toast met boter en jam. Wachtend op de eieren en een keer of vijf vragen waar het kopje thee blijft. Het zal wel door de grote groep Mexicanen komen die net na ons binnen zijn gelopen. Ze krijgen ondertussen de gevulde pannenkoeken en al het andere lekkers voorgeschoteld en laten de borden met trots aan elkaar en aan ons zien. Wat een kabaal, er schiet me een woord in gedachten, temperament. Ik leg de serveerder vriendelijk uit waarom we geen fooi geven als hij daarom vraagt en nogal opdringerig blijft staan. Jenny wil hem alsnog wat toe stoppen en ik zeg dat het niet goed voelt fooi te geven enkel omdat ze er zelf om vragen, ongeacht de service. 'Yeah, you are right, let's go.'
We beginnen bij de vrij toegankelijke Mulgandhakuti Vihara en een afstammeling van de originele Bodhi boom, hier gestationeerd op de plaats waar men gelooft dat Boeddha zijn eerste lezing gaf. Op de terugweg spreekt iemand ons aan die ons goedkoper in het park kan krijgen, het zal wel. We lopen naar de uitgang, volgen het hekwerk en dienen inderdaad 100 roepies entree te betalen, tickets te verkrijgen aan de overkant bij de ticket counter. Zelfs als ons dit bij de ingang wordt verteld door de vele verkopers van Boeddha beeldjes, geloof ik ze niet. De beveiliger binnen het hekwerk bevestigd dit en we kopen een kaartje, je weet maar nooit in dit land. We zijn binnen, in het park met ruïnes van vele Stupa's. Jullie weten inmiddels allen wat een Stupa is neem ik aan :) Op deze plek stonden ooit zes kloosters, goed voor de huisvesting van ongeveer 3000 monniken. De boeddhistische cursussen schieten mij weer in gedachten en ik merk dat het voor mij ook een bijzondere plek is, alleen al door wat ik heb geleerd en de betere gemoedstoestand. Alhoewel, soms. Na het bezichtigen van de Jaïn temple en een ronde om de Damekh Stupa lopen we naar het sanitairblok. Ik hoop dat ze een schoon toilet hebben en warempel, het meest glanzende en grootste sanitaire complex dat ik India gezien heb. Buiten zien we de dichtgemetselde wc's in de grond, een nieuw gebouw met ruime en schone toiletten, zelfs voorzien van toiletpapier. Ik bedank de onderhouders vriendelijk en we nemen plaats op een bankje in de schaduw.
Een ideaal moment voor mij om in het gras een plekje te vinden, de schoenen uit en in halve lotushouding. Kom ik toch aan mijn rust toe. Jenny leest een boekje, beiden een moment voor onszelf. Sarnath staat tevens bekend om de tempels van over de hele wereld, China, Birma, Thailand en de verschillende monniken. Allemaal in ander gekleurde doeken en met licht verschillende rituelen. Het is nog vroeg en dus niet zo druk als verwacht maar we worden al wel gevolgd door een grote groep monniken. Eerder zouden zij een attractie vormen en zou ik met bewondering de rituelen en het chanten aanschouwen. Vandaag is het even andersom. Terwijl ik met een concentratie meditatie bezig ben, sluipen verschillende monniken achter mij en worden er meerdere foto's geschoten. Ik ben weer een attractie, ik kan er om lachen. Die gek geklede figuren met onbegrepen gebruiken willen een foto van die blonde Hollandse jongen die hier in het gras 24 minuten probeert wat sommige van hen het hele leven doen. We besluiten verder te gaan. Langs de 'Ruins of Main Shrine', de 'Ashokan Pillar' en de 'Ruins of Dharmarajika Stupa', door naar de uitgang. We volgen de weg waar we vandaan zijn gekomen met links van ons het Archeologisch museum, helaas gesloten op vrijdagen. We nemen de scherpe bocht naar rechts en lopen langs en achter het grote park langs, waarbij de Birmese tempel en het klooster passeren, de Kapil Ashram en de Koria Tempel. Sommige tempels stellen niet zoveel voor en slaan we over. Bij het Vajra Vidya klooster nemen we een kijkje. Een prachtig versierd gebouw steelt hier de show en het doet me denken aan de main gompa van Tushita. Een kijkje binnen en we nemen naast de ingang van het klooster plaats bij het monnikencafé, zo noem ik het. Een dikke chocolade reep, een cappuccino en een hot lemon ginger honey tea als lunch. De weg loopt door, om het park heen en we volgen deze tot bij de kruising waar we vanmorgen begonnen zijn, met het restaurant op de hoek. Ter hoogte van de tegenover elkaar gelegen Japanse en Tibetaanse tempels en kloosters bedenk ik me ineens dat Sarnath een gigantisch Boeddha beeld huisvest. We zijn bijna vertrokken zonder de hoofdattractie te bezoeken. Knuppel, gelukkig bedenk ik het me nu en we lopen terug naar het kruispunt, weer voor het park langs en volgen de weg. Deze keer nemen we niet de scherpe bocht naar rechts maar lopen we rechtdoor en bijna direct is het park met een 25 meter hoog Boeddha beeld gelegen aan onze rechterzijde. Fantastisch, imposant. Ik doe drie prostraties als ode aan hetgeen de Boeddha onderwees en na een paar foto's lopen we terug,deze keer wel met de intentie terug te gaan naar de heilige stad. Het is inmiddels ook al een uurtje of vier 's middags, lekker dagje zo. Helaas zijn de we 50% duurder uit voor het ritje terug en het ziet er naar uit dat dat niet veel anders wordt. Voordeel is wel dat we vlakbij de Main ghat worden afgezet, vanaf waar het nog een kilometer lopen is tot het water. Vooruit met de geit. Bij gebrek aan een fatsoenlijk vullende lunch besluiten we naar de Blue Lassi Shop te lopen, nog eenmaal voor mij de overledenen zien passeren en genieten van de overheerlijke lassi's die ze hier maken. Tevens is mijn metgezel hier nog niet eerder geweest, een must do in deze stad.
Als we terug zijn bij het gasthuis rusten we kort en besluiten op zoek te gaan naar een leuk tentje voor het avondeten. Ik geniet van de taferelen op straat, alweer mijn laatste dag hier, ik heb een ticket voor de trein van morgenavond. Als we over de grote weg lopen mis ik ineens iemand naast mij en als ik me omdraai zie ik Jenny in de modder zitten, uitgegleden. He bah, gelijk schiet haar drie man te hulp met een uitreikende hand, een emmer water en tissues. Ons wordt de dichtsbijzijnde pomp gewezen en we proberen het meeste vuil weg te werken. Een natte broek hou je er aan over maar gelukkig besluit ze toch niet terug te lopen naar het gasthuis en om te kleden, ik heb al zo'n honger. We eten later dan andere avonden en het Kerala Café zit bomvol. Zelfs een wachtrij voor de deur. De belofte wordt gedaan dat we met 15 minuten plaats kunnen nemen maar de plaatsverdeling gaat op zijn Indisch, met de nodige chaos en ongecontroleerd. Wij kijken verder en na een wandeling belanden we bij New Bread of Life. Een bakkerij tevens genoemd in de populaire reisgidsen van tegenwoordig en we worden fantastisch geholpen door een vriendelijke serveerder en eigenaar. Jenny besteld een Thali, ik neem egg curry met butter naan. Super goed en we delen cheese cake na, alhoewel ik beide borden en het dessert leeg eet. Jenny kletst maar door en door en door. Nu ben ik er moe van, kun je even stil zijn. We lopen terug en ik doe de oogjes toe.
Zaterdag 14 November, mijn laatste dagje Benares. Bijzonder. Het is een bijzondere periode geweest in de reis van mijn leven en de heilige stad zal me altijd bij blijven. Ik heb Jenny gezegd rond 10.00 uur zeker wakker te zijn. Na een paar keer erg vroeg op, lange dagen en veel indrukken ben ik vermoeid. We zien elkaar vast wel ergens in de morgen. Als ik mijn ochtendritueel heb voltooid en rond 09.00 am een blik werp op de ghats zie ik haar staan, alweer in gezelschap, druk aan de klets. Niet veel later verschijnt ze boven en verteld ze me dat de man haar al vraag waar haar 'young man' bleef. Haha. We lopen naar Bana lassi en ik laat haar tevens de French Toast proeven, met een bak yoghurt, muesli en banaan vormt dit mijn ontbijt. We zeggen kort gedag, ik moet op tijd terug zijn in het hotel om uit te checken en ik wil verder werken aan dit boekwerk. Ik loop dramatisch achter, ik heb zoveel te schrijven over de indrukwekkende stad. Na drie keyboards geprobeerd te hebben besluit ik het elders te zoeken. Ik betaal voor een halfuurtje en loop naar het gasthuis om te douchen en mijn tas in te pakken. Handig dat ik wel om 12.00 uur uit het hotel moet zijn terwijl mijn was nog hangt te drogen. Gistermorgen op tijd ingeleverd. De droge kleding vouw ik zelf op en pak ik in, samen met de rest van mijn spullen, de rekening wordt betaald en ik neem nog een warme douche. Rond 01.00 uur klop ik bij Jenny aan en vraag of ze een chai wil, we eindigen weer wandelend richting een restaurantje, zij is getipt voor een leuk plekje en mag vandaag de gids zijn. Een overheerlijke lunch en op de terugweg probeer ik geld te pinnen. Vanwege veiligheidsoverwegingen is dit niet mogelijk en net als ik internet nodig heb blijkt het niet fatsoenlijk te werken. Dan maar zonder, van een relaxte staat met een zee van tijd raak ik nu wat nerveus. Het is iets later dan ik wilde en ik heb weer een trein te halen.
Om 05.30 gaat de trein en het is precies 04.30 als ik weg loop na het afscheid bij het gasthuis. De was betaald en een knuffel verder, weer op mezelf met de backpack en een gitaar. Door naar nieuwe ontmoetingen en plaatsen. Op de grote weg is het gi-gan-tisch druk. Ik kom er haast niet tussendoor en ik prijs mezelf gelukkig dat ik lopend ben. Sneller dan met een rikshaw schat ik in. Er wordt een gigantisch beeld door de straten gesleepd en elk steegje en elke weg is vol, overvol met mensen. Ik stel de navigatie in, zo ga ik de weg naar het station niet vinden en via de grote weg is een no go, letterlijk. Na wat steegjes waar ik mij tussen de fietsers, scooters en motoren en bakfietsen heen wurm kom ik in een rustiger gedeelte. 45 minuten later ben ik op het station, ik check de tijd en het perron van de trein in de vertrekhal en sluit buiten in de rij aan voor de mobiele pinautomaat; een rij van 20 mensen voor een auto met een shotgun op de chauffeursstoel. Alle drie de vaste pinautomaten voor het station zijn buiten gebruik en hoewel ik wat nerveus naar de kok blijf kijken heb ik nog geen 15 minuten later 10000 roepies, 140 euro ongeveer. Ik scherm het intoetsen van de pincode af in deze open omgeving en stop het geld goed weg voor het oog van de bewaker. Op naar de trein. Ik koop een pak koekjes, een zakje chips en een fles water en eindelijk is het dan zover! Mijn inventaris is nog compleet, ik heb voedsel, water en voldoende groot en klein geld. Op het perron heb ik nog 40 minuten voordat de trein vertrekt, maar hij is zo verrekte lang! Van de trap naar het ene uiteinde van de trein en misschien daarna weer terug naar het andere uiteinde kan je al 40 minuten kosten. De mensen die ik vraag kunnen me niet verder helpen maar ik heb het goede deel gekozen en na tien minuten zit mijn tas weer aan de ketting en zit ik veilig, rustig en met een enorme ervaring in de trein. Onderweg naar de erotische tempels van Khajuraho, kletsend met een koppel uit Zwitserland en een meid uit de U.S. Nieuwe connecties worden alweer gemaakt en de ontdekkingsreis gaat verder.
Waar ik ook terecht kom en wat ik allemaal mag zien van deze prachtige en bijzondere wereld, Benares is een hoogtepunt en heeft een speciaal plekje in mijn hart.
Liefs
Nino


Je hebt me weer meegenomen op je reis door India, dit keer de heilige stad! Iedere keer geniet ik van je verhaal en zie, ruik, voel, hoor en proef ik de omgeving door de mooie gedetailleerde vertellingen.
Geniet van het nu! Keep calm, relax and going on strong.
Lots of love.